logo-professioneel-begeleiden logo-professioneel-begeleiden
Filters

Alle artikelen - Abonneer je nu!

Het Hondenexamen

Auteur: Henk van Berkel

Er zijn trainingen voor honden. Het is echter bekend dat die trainingen er niet zijn voor de honden, maar voor de baasjes, voor mij dus. Want ik verwen mijn hond te veel. Ik heb de opvatting dat hondjes ondeugend, stout en eigenwijs moeten zijn. Ik heb er gewoon plezier in wanneer mijn Kwiebus, want zo heet ze, kattenkwaad uithaalt, bijvoorbeeld snuffelen aan en eten uit de afvalemmer, stiekem in mijn bed gaan liggen, in de Maas springen, achter vogels aanrennen en meer van dat soort jonge hondengedrag. Want ik ben ook jong geweest en waarom zou ik een hond verbieden wat ik zelf ook leuk vond? Maar dat is een verkeerde opvatting, is mij verzekerd. De baas moet leiding geven en niet over zich laten lopen. Mijn vrouw zei dat, maar ook iedere hondenkenner hier in de buurt. Ik heb me dus laten overreden en ben naar de hondentraining gegaan, iedere donderdagavond van acht tot negen, in weer en wind. Mijn hond leerde allerlei trucs die haar rijp maakten voor een circusoptreden. Kunstjes dus waar niemand wat aan heeft, maar toch, zo zegt de hondentrainer, het belang van de hond dienen. Nogmaals, voor mij hoefde het niet, maar de buurt zei het: ‘doe het nou’. Mijn hond en ik hebben de cursus keurig afgemaakt en dan komt het grote moment: het examen. Mijn Kwiebus gaat op! Zelf heeft ze er geen weet van, maar ik wel. Ik was zenuwachtig. Van te voren kreeg ik van de trainer een lijst met opgaven. Het betreft het examen EG-2, nog net geen beginnerscursus. In totaal omvat het examen veertien opgaven die een ongelijk gewicht hebben. Bijvoorbeeld opgave 6: baas en hond volgen in een normaal tempo een linker- en een rechtercirkel met ieder een doorsnee van vier meter (tien punten). Maar er geldt ook een puntenaftrekregel indien de hond trekt aan de lijn, gebrek aan aandacht toont of bijt in de riem. Opgave 10 (spel- en spelbeëindiging) levert twintig punten op: de baas en de hond moeten samen spelen; de hond moet op commando stoppen met spelen. Wanneer de hond niet speelt, worden maximaal 3 punten gegeven. Sommige oefeningen moeten per se voldoende zijn om te kunnen halen. De slaaggrens ligt bij 80 van de te behalen 140 punten. Het formulier waar de opgaven op staan, eindigt met: ‘De examinator beslist te allen tijden, er is dus geen discussie mogelijk’. Toen kwam de grote dag. De honden en baasjes werden op een zondag in maart verwacht op een weiland. Maar u zult zich de ‘lente’  van dit jaar nog wel herinneren. Tot en met april kwam de temperatuur nauwelijks boven nul en tot in maart sneeuwde het. Zo ook op de bewuste examendag. Er lag op het examenweiland een pak van twintig centimeter. Het examen werd afgelast, zo las ik op de internetsite. Alle moeite was tevergeefs. Ik belde op, wat nu? Want inmiddels was ik wel zover dat ik er lol in ging krijgen. Kwiebus en ik amuseerden ons prima op de training en, eerlijk is eerlijk, ik geef toe dat er beter naar mij werd geluisterd en dat gaf toch wel wat rust in huis. Maar ja, het diploma was nodig om naar de vervolgcursus te mogen. Zo werkt dat ook in hondenland. Echter, de trainer aan de telefoon stelde me gerust. Het examen was weliswaar niet doorgegaan, maar iedere hond was geslaagd en werd op de vervolgcursus verwacht. Iedereen tevreden, Kwiebus die een botje extra kreeg, ik als baasje die apentrots was en de trainer die weer klandizie had voor de vervolgcursus. Waarom kan het zo niet gaan in de echte mensenwereld? De heer dr. H.J.M. van Berkel was hoofdredacteur van EXAMENS. E-mail. h.vanberkel@maastrichtuniversity.nl.
Gratis
lees meer

Gezien en Gelezen

Auteur: Jorik Arts

David Boud & Elizabeth Molloy (red.) (2013). Feedback in higher education. Understanding it and doing it well. London: Routledge. 229 pagina’s. ISBN 0415692288, 9780415692281. Feedback wordt door zowel studenten als docenten gezien als een zeer belangrijk ingrediënt van onderwijs. Maar toch, docenten klagen dat studenten er zo weinig mee doen en studenten klagen dat ze niet genoeg feedback krijgen. Dit gegeven vormt het startpunt van het boek. Boud en Molloy geven aan dat feedback in de praktijk nog veel te vaak bestaat uit eenrichtingsverkeer van de docent naar de lerende. Daarbij gaat de docent uit van de veronderstelling dat feedback compleet is wanneer deze weergeeft hoe een bepaalde taak is uitgevoerd. Het vervolg van het boek zet sterk in op het begrijpen van het fenomeen feedback en op inzicht in de problematiek van de huidige praktijk. Problemen rondom feedback • Perceptie van docenten: het ligt aan de student, die herkent de feedback niet, • Verschil van interpretatie: studenten interpreteren feedback anders dan de docenten die de feedback geven, • Impact op het leren: de huidige vorm van feedback leidt in veel gevallen niet tot beter leren, • Zo veel werk: leraren/docenten kunnen gedesillusioneerd raken, • Beoordeeld worden: sterk beoordelende opmerkingen wekken weerstand op, voorzichtig geformuleerde opmerkingen leiden   tot onduidelijkheid. Belangrijk is dat de definitie en het doel van feedback helder is. Boud en Molloy komen tot onderstaande definitie: ‘Feedback is a process whereby learners obtain information about their work in order to appreciate the similarities and differences between the appropriate standards for any given work, and the quality of the work itself, in order to generate improved work’. Zij stellen voor feedback zo breed te maken dat de instructie, de dialoog met de docent en de actie van de student meegenomen . worden. Alleen wanneer de instructie leidt tot een actie van de student, is het daadwerkelijk feedback. Dus niet alleen het product van het schrijven of formuleren van opmerkingen is onderdeel van feedback. De nadruk zou moeten liggen op het proces dat eraan vooraf gaat (doelen, criteria, verwacht niveau) en het proces dat er op volgt (verwerking van de feedback en toegenomen kwaliteit van het product). Feedback wordt vaak dusdanig beschreven dat de docent centraal staat, terwijl die veel meer gecentreerd zou moeten worden rondom de lerenden. Daarbij zou nadruk moeten liggen op een vergelijking met externe standaarden (beoordelingscriteria) en begrip daarvan en op het verwerken van de informatie. De auteurs stellen aan de hand van een literatuuranalyse vast dat de feedbackpraktijk in veel gevallen niet aansluit bij de genoemde definitie. In de eerste drie hoofdstukken staan zij uitvoerig stil bij de problematiek rondom feedback. Vervolgens bespreken zij de rol van emotie, cultuur en vertrouwen in relatie tot feedback. Verschillende vormen van feedback (schriftelijk, digitaal) komen aan de orde in de hoofdstukken 7 en 8. Hoofdstuk 9 beschrijft feedback in een gesimuleerde leeromgeving waarbij de nadruk ligt op het gegeven dat het doel sturend is voor het type feedback dat nodig is. Het laatste gedeelte is gewijd aan bronnen van feedback buiten de docent: peerfeedback. Het boek sluit af met een hoofdstuk waarin de hoofdzaken worden samengevat en keuzemomenten met betrekking tot feedback, op zowel micro- als macroniveau, worden benoemd. Het boek zet vooral in op het begrijpen van feedback. De tweede helft van de subtitel – ‘and doing it well’ - komt minder expliciet aan de orde. Het is geen handboek met hele concrete tips of hulpmiddelen om de praktijk te verbeteren. Het boek moet het dus vooral hebben van het aanzetten tot het overdenken van de eigen aanpak en van bewustwording van valkuilen rondom het thema feedback. Heel sterk daarbij is dat het onderwerp niet alleen besproken wordt vanuit het perspectief van docenten, maar dat er ook veel vanuit de ontvangers (studenten) geredeneerd wordt. Een aspect dat volgens Boud en Molloy in veel onderzoeksliteratuur onderbelicht blijft. Al met al een makkelijk leesbaar, inspirerend boek met een stevige theoretische onderbouwing.   De heer dr. J.G. Arts is lerarenopleider biologie bij Fontys lerarenopleiding in Tilburg. E-mail: jorik.arts@fontys.nl.
Gratis
lees meer

Goud in handen

Auteur: Marten Roorda

Nu leven we nog in een tijd waarin je als examenmaker een onbegrepen en onbemind beroep uitoefent. Op verjaardagsfeestjes kun je beter bij mensen gaan staan die bij de Belastingdienst werken. En die zijn ook nog gemakkelijker dan wij. Want: leuker kunnen wij het niet maken, en makkelijker ook al niet. Maar gelukkig gaat dat nu veranderen. Dat zit zo. Onlangs viel mijn oog op een klein, onopvallend berichtje in de Amerikaanse media. “Adaptive learning platform developer Knewton has entered into a partnership with educational publisher Houghton Mifflin Harcourt (HMH) to augment their digital K-12 products with an adaptive infrastructure platform that customizes the student learning experience through real-time analytics and recommendations.” (The Journal). Om ons heen is de wereld van onderwijs en opleiding (na eeuwen) in beweging. Verdienmodellen worden verstoord. Lesmateriaal, colleges worden gratis aangeboden op internet, zelfs van de ‘ivory league’ elite opleidingen. Er verschijnen online examentrainingen, oefenprogramma’s, ‘serious games’, simulaties, Massive Open Online Courses (MOOCs). Van alle kanten – van nog niet afgestudeerde studenten tot vermoeide managers – stort men zich op dé nieuwe manier van maatschappelijk ondernemen: de innovatieve onderwijsmarkt. Hebben we hier een hype? Ja, dat natuurlijk ook. Iedere markt die webtechnisch wordt verstoord, kent zijn gelukszoekers. Het is wat dat betreft ‘a new gold rush’. Maar er is toch ook een serieuze trend te zien naar individualisering van het leren. Technologische en wetenschappelijke vondsten verlichten het werk van de docent of trainer. Maken het dus toch gemakkelijker. In de VS zijn bedrijven als Knewton, Kahn en Coursera al factoren van betekenis. Voor producenten van toetsen liggen hier bedreigingen én kansen. Formatieve toetsen worden gebruikt om het leren te verbeteren en te versnellen. Diagnostisch toetsen met betekenisvolle feedback bieden daarbij een meerwaarde. E-learning en e-assessment komen steeds dichter bij elkaar. Er komen naadloze koppelingen tussen beide, met open standaarden. Met hulp van toetsvragen en ‘big data’ maak je een analyse. Via metadatering en geavanceerde algoritmen koppelt het systeem met toepasselijk lesmateriaal. Al dan niet remediërend. Adaptief toetsen voor adaptief leren. In het ongebreidelde aanbod aan lesmateriaal, rijp en groen, zijn het de toetsvragen die de ruggengraat vormen. De producent van toetsen biedt de meetlat waarlangs de educatieve inhoud wordt gelegd. Toetsvragen maken duidelijk waar de leerling staat. Toetsvragen koppelen het niveau van de leerling aan normen en standaarden. En met toetsvragen kun je meten hoe effectief ieder stukje ‘content’ is. Maar er is meer. De traditionele docent is trouw in het volgen van de lesmethode. De tijdlijn in de les is die van het boek. Met adaptief leren begint zich dat proces om te keren. De toetsvragen bepalen dan de tijdlijn. Je begint te oefenen en het programma haalt de stukjes lesmateriaal binnen die op dat moment voor die leerling nodig zijn. Het oefenprogramma bepaalt ook wanneer de leerling toe is aan een volgend onderwerp. Het bericht van Knewton is hiervan een voorbeeld. Zo breken er interessante tijden aan voor producenten van toetsen, zij hebben goud in handen. Gesteld dat zij er klaar voor zijn deze verantwoordelijke rol in het leerproces op zich te nemen. Toetsen zijn nodig om geïndividualiseerd leren mogelijk te maken. Experts met stevige kennis van psychometrie en ICT zijn nodig om leren en toetsen echt adaptief te maken. Investeerders, formeel en informeel, staan in de rij om in de educatieve ‘start-ups’ te participeren. Cito is al betrokken in vele partnerships, participaties en overnames. De kaarten worden nu geschud. Tijd voor producenten van toetsen om hun troeven op tafel te leggen. Worden wij dan van “alom verguisd” (zoals ik pas nog hoorde) tot “alom gerespecteerd”? Het zou zomaar kunnen. Maar dan moeten we allemaal opnieuw onze positie in de keten bepalen. En dan gaan we heel anders naar die verjaardagsfeestjes toe.   De heer drs. M. Roorda is CEO/Voorzitter Raad Bestuur van Cito. E-mail: Marten. Roorda@cito.com.
Gratis
lees meer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Op weg naar ruimte en vrijheid

Crisis als aanleiding om inzicht te vergroten in (je) identiteitswerk

Datum:
Locatie:

Download gratis deze white paper