logo-professioneel-begeleiden logo-professioneel-begeleiden
Filters

Alle artikelen - Abonneer je nu!

#43 De Jonge Denkers

Iemand beoordelen op haar leeftijd heb ik altijd een vorm van een vals autoriteitsargument gevonden. Wijsheid komt met de jaren, zegt men, en daar valt tegenin te brengen: zelfvoldaan gedrag, koppigheid en vooringenomenheid óók. Nee, van mij mogen er meer jonge mensen aan de macht. Ook in de filosofie. Geeft iemand blijk van nauwkeurig denkvermogen, geef haar dan een pen en een microfoon. Het gaat in ons vak om de gedachten, niet om degene die ze uitspreekt. Daarom ben ik blij dit nummer te mogen openen, dat geheel en al in het teken staat van de Jonge Denkers. Zeven filosofieleerlingen uit het voortgezet onderwijs spreken zich uit over het thema van de Maand van de Filosofie: ‘de gebrekkige mens’. De coördinator van de Jonge Denkers introduceert hen en vervolgens zijn zij zelf aan het woord: in geschrifte en in beeld. We leren de homo loserens kennen, en de imperfectie van perfectie (of is het de perfectie van imperfectie). Aan het eind van deze iFilosofie zou je haast wensen dat je gebrekkiger was. ‘Jonge mensen zijn over het algemeen onnadenkend’. bromde Homerus in zijn Odysseia. Dan kende hij de Jonge Denkers nog niet! Wees jong, hoe oud je ook bent, Florian Jacobs (hoofdredacteur)

Gratis

#42 Een iFilosofie van liefde en duisternis

Sommige boeken blijven je altijd bij. Het moment dat je ze leerde kennen is als de eerste ontmoeting met een grote vriend en je keert dan ook altijd graag naar ze terug. Amos Oz’ Een verhaal van liefde en duisternis is zo’n boek voor mij. De reikwijdte, de tragiek, de culturele diepte, al die gedachtekracht: bij het lezen ervan leek dit boek even de hele wereld te vatten. Afgelopen december, vlak na Kerstmis, overleed Amos Oz. In memoriams vulden de pagina’s van de grote kranten, en nu ook iFilosofie. De – voortreffelijke – vertaler van zijn werk, Hilde Pach, is zo vriendelijk geweest om een mooi stuk over de schrijver te maken. En verder berichten we over het nieuwste in de Nederlandstalige filosofie. Jabik Veenbaas vertelt over Steven Pinkers lofzang op verlichtingsidealen. Dennis de Gruijter laat weten waarom we nu nog Husserl zouden lezen. We buigen ons over onderwijs volgens Gert Biesta, over de verhouding tussen God en ik, over het laatste boek van Zygmunt Bauman en over woorden die je liever niet dan wel ziet. Een bontgekleurde iFilosofie dus, waarvan ik hoop dat ze u niet onberoerd laat. Met een lach en een traan, Florian Jacobs (Hoofdredacteur)

Gratis

#41 De wereld wankelt, maar iFilosofie ploegt verder

Gelukkig nieuwjaar! Het zat even niet mee in de afgelopen maanden, vandaar dat deze nieuwste iFilosofie iets langer op zich liet wachten dan gehoopt. Maar goed, met het nieuwe jaar komen nieuwe voornemens, zoals de wens wat frequenter te verschijnen. Aan de hoeveelheid uitgegeven filosofieboeken zal het niet liggen. De boeken zijn voor een gewone sterveling haast niet bij te houden. Gelukkig heeft u ons als lichtend baken in de boekenstorm.   Het is een bonte iFilosofie geworden. We beginnen met Gescinska’s overpeinzingen over de zin en onzin van muziek – een fijn boek dat geen lezer onberoerd laat. Vervolgens knallen we de staat van de wereld in. Historicus Timothy Snyder vertelt een ijzingwekkend en o zo belangrijk verhaal over de politieke situatie in Rusland, Amerika en de Europese Unie. Een onmisbaar boek en een aanrader voor wie zich afvraagt wat er allemaal wel niet gaande is.   Ook hebben we een interview, en wel met Don Kwast over de noodzaak van filosofieonderwijs. Daar houden wij van, van betogen voor de filosofie, en u hopelijk ook. Een ander verhaal is dat over de zin en onzin van datgene waarmee we onze dagelijkse kost verdienen: ons werk. David Graeber heeft al veel stof doen opwaaien met zijn theorie over onzinbanen, bullshit jobs. Recensent Adriaan de Jonge overziet het werk van Graeber en zet ons allen aan het denken.   En dan hebben we ook nog nieuwigheden in het nieuwe jaar: een nieuw boek over de nieuwe mens in de nieuwe tijd, het antropoceen, en het nieuwste boek van Roger Scruton. Voeg daar enige signalementen van andere noemenswaardige boeken en de agenda van de ISVW aan toe en u hoeft het nieuwe jaar alles behalve in verveelde stemming te beginnen.   Veel leesplezier, Florian Jacobs, hoofdredacteur

Gratis

#40 Mark, bedankt!

Het was weliswaar een zonnige zomer, maar op de redactie van iFilosofie stonden de gezichten bedrukt toen Mark Leegsma aangaf het hoofdredacteurschap neer te leggen. Dat deed hij evenwel met goede reden: nu zou hij tijd krijgen om zich eens goed in zijn proefschrift te verdiepen. Een nobel filosofisch streven waarmee we het als redactie moeilijk oneens konden zijn. Hup Mark, het ga je goed, aan de slag! Het was dan ook met enige verbazing dat ik Marks laatste redactioneel in iFilosofie #39 las. Daarin verkondigde hij doodleuk dat hij ‘de afgelopen weken aan Netflix was gekluisterd’. Daar kwam een flinke aap uit de mouw. Nu, we zullen er maar op vertrouwen dat Netflix een noodzakelijke voorwaarde voor de totstandkoming van Marks proefschrift is en wensen hem heel veel succes toe met series kijken. Er zijn overigens aardig wat series met enige filosofische waarde. Al die verfilmingen van Sherlock Holmes zijn bijvoorbeeld heel aardig voor waarheidszoekers. Ikzelf heb een zwak voor de woordspelletjes in de wat oudere sitcom Frasier. Neem nu de volgende uitwisseling tussen de pedante oudere broer Frasier en de jongere maar niet minder pedante broer Niles: Niles: Whatever happened to the concept of ‘less is more’? Frasier: Ah, but if less is more, then just think of how much more ‘more’ will be! Da’s een rake kwinkslag, nietwaar? En bovendien eentje waarmee we het best eens mogen zijn. Denk aan Mark. Hij had heus wel meer dan drie seizoenen van The Bridge willen inhalen. En denk aan filosofieboeken. Terwijl ik dit zit te tikken, is de boekenbeurs in Frankfurt in volle gang. Wat zit er een hoop moois aan te komen! En daar wordt flink wat van vertaald bovendien, dus het Nederlandstalig publiek kan zijn hart ophalen. En wij bij iFilosofie halen opgelucht adem, want zonder boeken valt er weinig te recenseren en we blijven toch graag voortbestaan. De nieuwste iFilosofie is er weliswaar eentje zonder Mark, maar met een aardig overzicht van wat er zoal gonst in filosofieboekenland. We bespreken Afrikaanse filosofie, Europese politiek, proustiaanse gedachtegangen, een knap boek over filosofie en identiteit, nieuw vertaald werk van Hannah Arendt en zelfs een filosofische detective. Dit rijke palet weet zich bovendien ondersteund door een gouwe ouwe: de column van Denker des Vaderlands René ten Bos. Van mooie boeken heb je er nooit genoeg, en hoe meer er gonst in de filosofie, hoe beter het is. Meer boeken, meer, meer, meer, meer! Florian Jacobs, hoofdredacteur

Gratis

#39 Eén brug te dichtbij

De afgelopen weken was ik aan Netflix gekluisterd om drie seizoenen van de DeensZweedse detectiveserie The Bridge in te halen. De titel verwijst naar de brug over de Sont die Kopenhagen en Malmö in feite tot één transnationale metropool aan elkaar klinkt. Als de serie één thema heeft, dan wel grensverkeer, van de brug over de fysieke barrière genaamd zee, door allerlei morele schemergebieden heen, tot het voortdurend overschrijden van de taalgrens. Fascinerend, hoe Deens en Zweeds elkaar in de dialogen schijnbaar achteloos afwisselen. Ik heb me eens door een Deense vriendin laten vertellen dat al die vikingen (de Noren ook) elkaars talen prima kunnen volgen. Jaloers ben ik daarop. Al benijd ik ze niet om de lange, duistere winters. En wat zien ze bleek! In Nederland spreken we tegenwoordig politiek correct van ‘witte’ mensen (vooral als ze boos en man zijn). Maar na drie seizoenen van de Scandinavische whodunnit ken ik de waarheid, en die is dat iedere Nederlander een tintje heeft. Daar hebben we dat mooie woord dat al waar het opduikt als de gouden appel van Eris twee- en zelfs driespalt zaait: waarheid. Het eerste seizoen van The Bridge, dat al in 2011 werd uitgezonden, blijkt wat dat betreft een zekere profetische kwaliteit te hebben. De brug tussen de moorden waar de Deense en Zweedse rechercheurs zich het hoofd over breken is namelijk dat zij alle een of andere ongemakkelijke waarheid aan de kaak stellen. Bijvoorbeeld dat politie-agenten die een jongen met een tintje (maar geen Nederlander) ‘uit noodweer’ doodslaan ermee wegkomen. De seriemoordenaar krijgt daarom al gauw de geuzennaam ‘waarheidsterrorist’ op zijn brevier gespeld. Waarheidsterrorisme. Ik vind dat dus een goede naam. Niet omdat de waarheid per definitie schokkend zou zijn, maar vanwege de reverse psychology dat, als iets schokkend is, het voor waar wordt genomen. En wat is waarheidsterrorisme dan? Voortdurend shockeren, niet door overlegde feiten maar per openbaring, liefst van elkaar tegensprekende kanten, net zo lang tot we door de waarnemingen de waarheid niet meer zien. Moe word je ervan, al dat waarnemen. Ploffen we daarom ’s avonds massaal op de bank om onze hersenen na te laten sudderen in fictieve representaties van het waarheidsterrorisme dat overdag overal en nergens is? Zoals The Bridge? Of is dat een brug te vergezocht? Misschien moet ik mijn eigen ervaring niet zomaar op die van al mijn landgenoten projecteren. Maar we kunnen er toch niet omheen, zoals Gijs van Oenen betoogt in Overspannen democratie, dat representaties onontbeerlijk zijn om bepaalde ‘verschijnselen’ überhaupt te láten verschijnen? Soms moet je, om de olifant in de kamer te zien, een olifant in een kamer zetten, zoals ‘street artist’ Banksy ooit deed. Want zonder representatie is de brug te dichtbij om te zien. Gelukkig is de zomer losgebarsten. Tijd, zeeën van tijd, om niet alleen het brein, maar het hele lijf te laten sudderen onder de zon en dat on-Scandinavische tintje van ons bij te werken. Tijd om te recreëren en te representeren. En om een dubbeldik zomernummer van iFilosofie met zomerse loomheid te verslinden. Namens allen die zich van Netflix hebben losgerukt om dit nummer van iFilosofie te maken wens ik u daar heel veel loom plezier mee. Mark Leegsma, hoofdredacteur

Gratis

#38 Werken, Leven, Filosoferen

De Duitse socioloog Max Weber vestigde zijn naam als een van de belangrijkste denkers van en over de moderniteit met het idee dat het kapitalisme is geboren uit de geest van het protestantisme. God verhoede immers dat de zondige mens van de opbrengsten uit arbeid of de winst uit verkoop zou genieten! Nee, die vruchten moeten als kapitaal worden beschouwd en opnieuw worden geïnvesteerd om zo méér werk te verzetten. Dat gebod vormt volgens Weber de godsdienstige grondslag voor onze moderne omgang met geld. Ook het moderne arbeidsethos – we leven om (goede) werken te verrichten, niet omgekeerd – is, zo bezien, door en door protestants. Ik ben geen Weberkenner, maar wat ik wel meen te weten is dat zijn grote idee eerder descriptief dan normatief is. Weber stelt vast wat de kapitalistische mores omtrent geld en werk zijn en onderzoekt waar die historisch gesproken vandaan komen, zonder voor te stellen dat het ook zo hoort te zijn. Het heldere licht dat zijn idee op de zaken werpt roept daarom tegelijk de vraag op of het wel echt zo is, dat we leven om te werken. En zodra de eerste vraag gesteld is, volgen er onvermijdelijk meer... Om maar wat voorbeelden te geven: kan ons leven geheel in het teken van werk staan en nog steeds ‘productief’ zijn? wanneer beginnen economisch nut en psychische gezondheid te wringen? bestaat er zoiets als een evenwicht tussen werk en leven dat zowel nuttig als zinnig is? nuttig voor wie, zinnig voor wie? wat is überhaupt de relatie tussen leven en werken? zou die er moeten zijn? Als al die vragen één ding gemeen hebben, dan wel dat ze ons, zodra we ze ons aantrekken en erover na beginnen te denken, tot filosofen maken. Laat dat een opstapje zijn naar het antwoord op die o zo vaak gehoorde vraag ‘filosofie, werkt dat wel?’ Dat antwoord luidt Nee én Ja: nee, want filosofie stelt het werk – net als het leven – zelf in vraag, en ja, want dat vragen brengt ons (terug) tot het nut en de zin van werk en leven als zodanig. Of, om het Platoons te benaderen, tot de ideeën van Werk en Leven, hoofdletter W, hoofdletter L. Ideeën die we, op momenten dat een voorheen vanzelfsprekende organisatie van werk en leven die vanzelfsprekendheid om wat voor reden dan ook kwijtraakt, keihard nodig hebben. In dit nummer willen we laten zien dat en hoe filosofie werkt. Eigenlijk doen we dat elk nummer, zoals onze trouwe lezer weet, maar ditmaal betrekken we het werk van de filosofie nadrukkelijk op het thema ‘werk’, zo niet op zijn schaduw ‘leven’. Daarmee geven we gehoor aan de roep om meer filosofie op, in, van, onder, over, tussen en aan het werk. Dat die roep tegenstrijdige trekjes vertoont, weten we dondersgoed: hoe harder die immers klinkt, des te grondiger lijkt de weerzin tegen al dat naar verluidt nutteloze ‘denken’. Dat die weerzin ongegrond is mogen de verschillende rijke bijdragen aan dit themanummer bewijzen. Namens allen die keihard gewerkt (en geleefd) hebben om dit nummer van iFilosofie te maken wens ik u een nuttige en zinvolle omgang met het kapitaal der ideeën toe. Mark Leegsma, hoofdredacteur

Gratis

Goodbye and hello

‘De Socrateswisselbeker wordt ieder jaar uitgereikt aan de auteur van het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek dat in het voorgaande jaar – in dit geval dus 2017 – verscheen.’ Zo staat het op de website van de Stichting Maand van de Filosofie. Over een paar dagen, tijdens de Nacht van de Filosofie van 7 april in Nijmegen, wordt bekend gemaakt wie er met de eeuwige roem mag gaan strijken: Lieve Goorden (De sprong in de techniek), Kees Vuyk (Oude en nieuwe ongelijkheid), Ignaas Devisch (Het empathisch teveel), Ger Groot (De geest uit de fles) of René ten Bos (Dwalen in het antropoceen). Voor de uitreiking van vorig jaar bracht iFilosofie een speciaal nummer waarin we alle vijf de kandidaten op een rijtje zetten. Dit jaar doen we het anders. We hebben ons namelijk afgevraagd wat wij het meest urgente vraagstuk van het moment vinden. Volgens ons is dat het ongemakkelijke ontwaken uit het moderne bewustzijn, waarin de mens zichzelf centraal stelde, in het ‘antropoceen’, een realiteit die veel warriger en weerbarstiger is dan de droom van onze autonomie ooit heeft doen vermoeden. De twee auteurs die dat onderwerp even oorspronkelijk als prikkelend aansnijden zijn Ger Groot en René ten Bos. Zij horen bij elkaar, al is het omdat ze de zaak vanuit zijn twee tegenoverstelde uitersten belichten. Zo laat Groot zijn blik bepalen door de geschiedenis van de moderniteit, wat maakt dat hij, als ware het een tragedie, toewerkt naar het moment dat de moderne mens zich zijn eigen einde verklaart. Ten Bos daarentegen laat zijn lezer opnieuw beginnen, opdat die zich openstelt voor een toekomst die ons geen voorspelbare herhaling van het verleden zal brengen. Wie moet winnen? Dat laten we graag aan uw verbeelding over. De verbeelding is in deze Maand van de Filosofie immers aan de macht! Wij geven dus geen stemadvies, met de twee eerder verschenen besprekingen die wij u voorschotelen zijn we immers al sturend genoeg, toch? Als toegift besteden we ook aandacht aan de Hypatia-prijs voor het meest prikkelende en actuele filosofieboek van 2016 en ’17 geschreven door een vrouw. Dat doen we met de eerder verschenen bespreking van De strijd van het kleine meisje van Sanne van Driel. Namens allen die iFilosofie van einde tot nieuw begin maken wens ik u een heerlijke Maand van de Filosofie toe. Mark Leegsma, hoofdredacteur

Gratis

Cultuurpolitiek

In De jaren zestig schrijft cultuurhistoricus Geert Buelens dat er ‘geen andere naoorlogse periode zo tot de verbeelding blijft spreken’ als de decade waar zijn boek over gaat. ‘Geen ander decennium uit het verleden [...] bepaalt zo het politieke en culturele leven en handelen van vandaag.’ Dat Buelens politiek en cultuur in één adem kan noemen, is dat niet precies wat vóór de jaren zestig ongehoord was en wat daarná zo vanzelfsprekend is geworden dat we er amper nog de historische bijzonderheid van opmerken? Niet zo heel lang geleden was het wel anders. Denk maar aan het dogma van de marxistische politieke filosofie over ‘bovenbouw’ en ‘vals bewustzijn’. Cultuur? Dat was wierook en spiegels waar echte politiek doorheen moest weten te kijken. Juist het marxisme viel in de jaren zestig van het voetstuk waar het zowel in Oost als in West door progressieve intellectuelen opgehesen was. Dankzij de leus ‘verbeelding aan de macht!’ symboliseerden de studentenopstanden van Mei ’68 het treffendst dat politiek cultureel werd en cultuur politiek. Sindsdien is het niet macht óf verbeelding, maar macht én verbeelding. Een halve eeuw later had Femke Halsema haar Essay van de Maand van de Filosofie dus geen toepasselijker titel mee kunnen geven: Macht en verbeelding. Het is van een wrange ironie dat ‘cultuurpolitiek’, die vreemde hybride die uit de progressieve geest van de jaren zestig werd geboren, vandaag het stokpaardje van conservatief ‘nieuwrechts’ is. Enkele nummers geleden legde Carlo Strenger die paradox ook al bloot. Halsema, zelf een overtuigd erfgenaam van de sixties, heeft het er maar wat moeilijk mee. In het Essay doet zij een oproep aan ieder die zich progressief en intellectueel – natuurlijk die twee samen – noemt om de erfenis van links uit de klauwen van rechts te redden. Maar kan dat de tragedie verhullen die zich hier lijkt te voltrekken? Die van de progressieve politica die erachter komt dat conservatieve bad guys de ‘druiven der gramschap’ zijn van de cultuurpolitiek die uiteindelijk ook de hare is? Gelukkig steekt Halsema zichzelf de ogen niet uit. Toch is deze tragedie een teken aan de wand: een ‘kritiek van de cultuurpolitieke rede’ kan niet langer op zich laten wachten. Wil er politiek – en wie weet ook cultureel – enige vooruitgang worden geboekt, dan moeten we de vraag waar de jaren zestig het antwoord ‘cultuurpolitiek’ op gaven opgraven, afstoffen en tegen het licht houden. Want als we er niet meer aan ontkomen vast te stellen dat er iets aan het antwoord niet deugt, moeten we dan niet uitzoeken of wat er niet aan deugt de vraag zelf is? Namens allen die macht en verbeelding wederom tot een nieuw nummer van iFilosofie hebben laten versmelten wens ik u een cultuurpolitieke Maand van de Filosofie toe.

Gratis

Representatie

Het is sinds Max Weber een gemeenplaats dat de moderniteit – en daaronder mogen we verstaan: wetenschap, scheiding van kerk en staat, maakbaarheidsideaal, enzovoorts – ‘de wereld onttovert’. Toch zijn er in het hart van de moderniteit beslist nog tovenaarsleerlingen aan het werk. Om ze te zien hoeven we maar een blik op de moderne filosofie te werpen. Zij is per definitie filosofie van de moderniteit, maar het ogenschijnlijk onschuldige voorzetsel ‘van’ speelt stiekem een dubbelrol van genitivus objectivus en genitivus subjectivus. Moderniteit is tegelijk onderwerp (subject) en lijdend voorwerp (object), zowel kip als ei, van de moderne filosofie. Als dat niet het betere tovenaarswerk is... Nergens komt de tovenarij duidelijker aan het licht dan in het kern- en paswoord van het moderne denken, ‘representatie’. We representeren een ding, een stand van zaken, een geschiedenis, zeggen we, en dat representeren doen we in ons hoofd, in de taal, in wiskundige modellen, voegen we daaraan toe. Representeren slaat dan op objectiviteit, die op haar beurt weer slaat op een methode, een stel regels, een normatief kader. Hier gaat representeren, kortom, om de vraag ‘hoe?’ of ‘door middel waarvan?’ Representatie, dat is het voorgeschreven medium. Het kan niet anders of we voelen de bui al hangen, want hoe stellen we het antwoord op ‘hoe?’ überhaupt vast? ‘Anything goes,’ zei wetenschapsfilosoof Paul Feyerabend, maar dat antwoord neemt de vraag niet weg. Veeleer vergt dit van ons het besef dat we niet éérst beginnen de regels van het spel te bepalen om dán te gaan spelen. Nee, we zijn altijd al aan het bemiddelen, om het op z’n Hegels te zeggen. Waar het om gaat is dat we, in plaats van te willen weten wat er eerst kwam, de kip of het ei, inzien dat wij ons representeren zijn door het te doen. Daarom kan de moderne filosoof zich de luxe van nette grenzen tussen ‘hoe?’ en ‘wie?’, tussen gereedschap en gebruiker, niet veroorloven. Hij of zij móét het geheel van die twee denken, anders gaat het niet. En als dat er in onze moderne ogen uitziet als toveren, then so be it. Het is niet overdreven te stellen dat de historische ervaring Frank Ankersmits levenswerk is. Die ervaring, zo leren we van Ankersmit, gaat erom héél de geschiedenis ‘opnieuw op te voeren’, te representeren, juist als we selectief zijn en de spreekwoordelijke zwarte bladzijden uit onze geschiedenisboeken scheuren, blijven ze ons in de vorm van vragen in het heden bespoken. Daarmee maakt Ankersmit ook een punt over representatie als zodanig: die heeft geen eeuwige fundamenten of transcendentale mogelijkheidsvoorwaarden die we mogen aannemen alvorens te beginnen met representeren en waarop we dus ook altijd kunnen terugvallen, maar is zelf door en door historisch, iets wat slechts ‘is’ voor zover en zolang als we mhet doen. Let wel: dat ‘we’, dat zijn en doen wij allemaal. En ziedaar! uit de hoge hoed van de representatie wordt als klap op de vuurpijl het konijn van de representatieve democratie getoverd. Namens alle tovenaarsleerlingen die iFilosofie laten zijn door te doen wens ik u met dit nummer een historische ervaring toe.

Gratis

Het onbehagen in de data

Als we Sigmund Freud mogen geloven, is onbehagen in de cultuur onvermijdelijk. Cultuur, zo stelt Freud, is namelijk het geheel van gebruiken, regels en voorzieningen dat erop is gericht het samenleven in goede banen te leiden. In de ogen van de stamvader van de psychoanalyse maakt dit cultuur tot het instrument bij uitstek om onbewuste driften, die per definitie op individuele lustbevrediging uit zijn, onder de duim te houden – met alle frustratie en neurotische angst, kortom: onbehagen van dien. Dat onbehagen in de cultuur van alle tijden is, daar zou Freud zomaar gelijk in kunnen hebben. Maar of zijn verklaring daarvoor vandaag nog steek houdt, valt te bezien. Met de massale verzameling, verwerking en toepassing van ‘onze’ gedragsdata lijkt een soort onbehagen in opkomst te zijn dat haaks staat op Freuds theorie. Waar driftverzaking de oorzaak van het ‘oude’ onbehagen is, daar lijkt het nieuwe eraan te liggen dat onze verlangens alsmaar slimmer worden aangespoord. Of Big Data nu worden verzameld door commerciële techgiganten als Google of in het belang van de veiligheid door geheime diensten worden binnengesleept, de gemene deler is dat er op de immense schaal waar we over spreken patronen zichtbaar worden (uiteraard niet zonder de laatste statistische tools) die het bewustzijn van het individu ten enenmale overstijgen. In vergelijking met het ‘Onbewuste’ dat Big Data ontsluiten zijn Freuds ideeën een romantische droom. Het ligt voor de hand het nieuwe onbehagen eerst in verband te brengen met het groeiende besef dat privacy alleen nog bestaat als formaliteit. De verontwaardiging daarover krijgt in Nederland volgende maand zijn uitlaatklep in het referendum over de Sleepwet. Maar verontwaardiging heeft een duidelijk object, terwijl het onbehaaglijke aan onbehagen is dat het zich niet met de maat van het individuele bewustzijn laat meten. De informatie over ‘onbewuste’ gedragspatronen die uit Big Data wordt ‘gemijnd’ staat steeds nauwkeuriger voorspellingen van individueel gedrag toe. Het onbehagen in de data is uiteindelijk dat degene die die kennis bezit mij aan kan bieden wat ik ga verlangen. Natuurlijk moeten we ons kwaad maken als dit uitmondt in perverse prikkeling op ongehoorde schaal, even goed als we erom moeten lachen als pogingen daartoe vaak nog steeds ontzettend knullig zijn. Maar in de verontwaardiging zou de paradox van het onbehagen ons ontgaan: dat juist de verlangens die ik de intiemste en de mijne noem op de minst intieme schaal bloot komen te liggen en zo blijken helemaal niet ‘van mij’ te zijn. In iFilosofie leest u deze maand onder meer over filosofie in tijden van Big Data. Verder vindt u in dit nummer een prachtige lezersactie – er zijn zeven exemplaren van Daniel Dennetts Van bacterie naar Bach en terug te vergeven! – die uw begeerte naar wijsheid hopelijk aan zal spreken. Namens allen die hun driften hebben verzaakt om weer een nummer te maken zou ik u willen zeggen: een gewaarschuwd mens telt voor twee, namelijk voor zichzelf en dat in hemzelf wat niet van hemzelf is.

Gratis

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte!

Op weg naar ruimte en vrijheid

Crisis als aanleiding om inzicht te vergroten in (je) identiteitswerk

Datum:
Locatie:

Download gratis deze white paper